De bel
De pelgrimstocht
Afgelopen zondag maakte ik, zoals ik eerder heb beschreven, samen met mijn dochter Claire een wandeling langs zeven Middeleeuwse kerkjes in East Sussex. Het was een waar genoegen. De wandeling werd een pelgrimstocht genoemd. Ik probeer te doorgronden waarom dat het geval was.
Ooit, als een jonge nog net geen vijftiger, liep ik de Camino naar Santiago. Ik begon in Le Puy-en-Velay in Frankrijk en wandelde in zes weken naar Santiago. Daarna deed ik het nog eens dunnetjes over door in twee weken van Salamanca naar Santiago te lopen. Ik liep in totaal 1994 kilometer, zo staat beschreven op de ‘Compostella’ die ik ontving na gedane arbeid.
Dat is natuurlijk een flinke afstand. Ik herinner me echter twee vrouwen, ergens tegen het einde van mijn tweede tocht, die me duidelijk maakten dat ik ‘geen echte pelgrim’ was. Ik liep volgens hen namelijk te veel kilometers op een dag. Door te jakkeren van de ene plek naar de andere ‘liet ik de Camino niet doordringen tot mijn hart’.
Ik herinner me de bezorgde blik in de ogen van de vrouw. Ze was samen met een mede-pelgrim die instemmend knikte en minstrens zoveel met me te doen had. Ze konden maar niet begrijpen dat ik niet begreep wat ik miste.
Ik weet dat ik me ook tevoren al heel erg had verbaasd over de manier waarop wandelaars elkaar beoordeelden op hun ‘ware pelgrim’ gehalte. Mensen die zo af en toe een bus namen deugden niet, mensen die hun bagage van plaats naar plaats lieten zenden, zonder het zelf te torsen, hadden het duidelijk niet goed begrepen. En mensen zoals ik, die niet stil stonden bij iedere gelegenheid om ons over wat dan ook te verwonderen – pardon: mediteren – waren ook abuis.
Ik haalde er mijn schouders over op. Maar tien jaar later vraag ik me toch af waarom je een wandelingetje van nog geen twintig kilometer een pelgrimstocht noemt. Akkoord, er zijn wat kerken waar je langskomt, maar de relieken, waar het de oorspronkelijke Camino-pelgrims allemaal om te doen was, hebben de Anglicanen die de kerken bestieren al ergens in de zestiende eeuw in de rivier de Cuckmere gegooid.
Het antwoord op mijn vraag vond ik in de kerk in Alciston, de kerk op onze route. Daar hing een prachtige bronzen bel. Deze was in 20212 geschonken door een van de kerkmeesters. De bel is gegoten in de Whitechapel gieterij waar ook de Big Ben en de American Liberty Bell vandaan komen.
Volgens een uitleg bij de bel zorgt de klank ervoor dat er een ‘inwendige ruimte wordt gecreëerd die het mogelijk maakt om de goddelijke aanwezigheid te ervaren die door het geluid wordt aangeroepen. Het helpt daarbij om te bewegen zodat het gelui van het ene naar het andere oor gaat.
Kijk, dat maakt zo’n wandeling natuurlijk de moeite waard. Ik heb het natuurlijk niet helemaal goed gedaan, net zomin als die eerste pelgrimstochten richting Santiago, maar oefening baart kunst, zeggen ze, geloof ik.
Eén ding weet ik wel. Die klank was wonderschoon. Volgens de brochure zou het tenminste dertig seconden klinken. Maar na ruim een minuut was er nog steeds een gezoem hoorbaar en een tinteling voelbaar. Een beetje alsof je honderden kilometers had gelopen. Erg goed.



